De klassieker: Tim op de tegels

Tim op de tegels verscheen in 2004 en is inmiddels alweer 12(!) keer herdrukt. In dit vrolijke prentenboek vertelt Tjibbe Veldkamp hoe Tim netjes op de tegels blijft wanneer hij buiten speelt. De stapel tegels blijft echter niet zo netjes op zijn plek. Als de vader van Tim uit het raam kijkt, ziet hij dat zijn zoon inmiddels al in de vrachtwagen van de stratenmakers zit.

Kees de Boer maakte fantastische illustraties bij Tims avontuur, en bij dat van zijn vader (een achtervolging vol hindernissen). Een hilarisch verhaal waarin tekst en beeld elkaar perfect aanvullen!

Dit boek verdient het om weer eens in het zonnetje gezet te worden. En hoe kan dat beter dan in een gesprek met de makers?

Waarom wordt Tim op de tegels na twaalf jaar nog steeds zo graag gelezen, denken jullie?

Tjibbe: Lastige vraag! Het idee van de jongen die doet wat zijn vader zegt en toch heel stout is, spreekt kinderen aan, denk ik. Daarbij is het een grappig getekend boek. En er valt een vader in het water, dat helpt ook.

Kees: Ik denk het ook. De vader is de klos in dit verhaal. Hij krijgt een beetje wat hij verdient. Had hij het maar niet zo druk moeten hebben. Het boek is een wijze les voor vaders! Ik heb er zelf ook veel van opgestoken. Bedankt, Tjibbe!

Werkten jullie tegelijk aan het verhaal of bedacht Tjibbe eerst de tekst en Kees daarna de tekeningen (of andersom natuurlijk)?

Tjibbe: Eerst was er het plan om samen een prentenboek te maken. Toen bedacht ik het verhaal voor Kees. En toen tekende Kees het.

Kees: Had de drukker het niet eerst gedrukt voordat jij het schreef? Daar staat me iets van bij.

Hoe kwam je op het idee voor het verhaal, Tjibbe?

Tjibbe: Het was een simpele inval. Ik zat in de tuin en hoorde aan de andere kant van de heg een vrouw zeggen: ‘Wel op de tegels blijven, hoor!’ Ik dacht: ja, maar wat als die tegels er nou vandoor gaan? Dat vond ik een leuk beeld: een kind dat op stoeptegels steeds verder van huis raakt. Maar ik had nog één probleem: hoe kwam dat kind weer veilig thuis? Het zou niet logisch zijn wanneer die tegels na een lange tocht weer langs zijn huis zouden komen. Die vraag deugde niet. De vraag moest niet zijn hóé komt hij thuis, maar kómt hij nog wel thuis? En het antwoord was: nee! Zijn vader moet achter hem aan! Toen was het boek eigenlijk af. Nou ja, Kees moest nog wel een jaartje tekenen, maar voor mij was het af.

Kees: Haha! Voor mij betekende het dat ik zelf juist wel van de tegels moest. Uit m’n veilige haventje, waarin ik vooral strips tekende. Dit was mijn eerste prentenboek.

De tekeningen vertellen ook een deel van het verhaal. Hoe is dat zo gekomen?

Tjibbe: We vonden (en vinden) dat in een prentenboek de woorden niet alles moeten verklappen. Het is veel leuker voor een kind wanneer hij zelf goed kijkt en dan zelf stukjes van het verhaal ontdekt.

Kees: Wat Tjibbe zegt. En omdat dit een prentenboek is heb ik hier niets aan toe te voegen. Haha!

Luisterden jullie zelf ook altijd zo goed naar je vader vroeger?

Tjibbe: Jazeker. Ik ben in mijn hele leven nog niet stout geweest. Jij, Kees?

Kees: Stout? Echt nog nooit. Nee zeg!